Toptips en uitgewerkte voorbeelden KOLB
Toptips bij het gebruik van Kolb

- Gebruik het model om aandacht te behouden en deelnemers te motiveren door van startpunt te veranderen.
- Gebruik het model als je vastzit met het bedenken van nieuwe werkvormen. Kijk kritisch naar de werkvormen die je nu gebruikt: binnen welke leerstrategie passen ze? Mis ik nog bepaalde leerstrategieën?
- De leercirkel helpt ook om jouw opleiding/ infosessie te structureren. Door per module of theoretische kapstok de leercirkel te doorlopen, structureer je automatisch je opleiding.
- Gebruik het als een check voor jezelf: heb ik voldoende variatie aangeboden? is er een goede balans?
Belangrijkste inzicht en take away
BLIJF STEEDS ZO DICHT MOGELIJK BIJ DE PRAKTIJK VAN DE DEELNEMERS IN HET ONTWIKKELEN VAN OEFENINGEN IN ELKE FASE. ZORG ER DUS VOOR DAT DE LEERFASEN ZIJN AFGESTEMD OP DE PRAKTIJK IN PLAATS VAN DE THEORIE DIE JE WILT VERKOPEN!
Voorbeelden Kolb
Vaardigheid: Empathisch en actief luisteren
Fase 2: Reflectie/observatie
De begeleider zet zonder meer uitleg een filmpje op van een gesprek. In het filmpje zullen de deelnemers een gesprek zien waarbij er iemand is die niet luistert, onderbreekt, snel conclusies trekt… Direct na het filmpje vraagt de begeleider naar de gedachten van de deelnemers hierbij. Wat is hun opgevallen? Wat is hun algemene ervaring met het zien van dat gesprek? Hoe denk je dat die andere persoon in het filmpje het gesprek heeft ervaren? Wat denken ze dat het resultaat zou zijn na zo’n gesprek? De begeleider neemt deze reacties van de deelnemers samen en koppelt ze aan de volgende fase.
(Je zou ook twee fragmenten kunnen tonen. Eentje met goede luistertechniek en eentje met slechte luistertechniek.)
Fase 3: Theorie
De begeleider wijst op de gemiste aandacht voor het empathisch luisteren. De begeleider legt de theorie en het belang hiervan kort uit en illustreert door terugkoppeling aan het videofragment. De begeleider maakt ook gebruik van handvaten om als houvast mee te geven.
Fase 4: Actief experimenteren
Gebruik makend van die handvaten gaan de deelnemers zelf aan de slag in duo’s door een gesprek te oefenen en elkaar feedback te geven over het gebruik maken van de checklist en het ervaren van het gesprek.
Fase 1: Concreet ervaren
De begeleider beschikt over situaties en gesprekken waar de deelnemers in hun realiteit veel mee te maken krijgen. De deelnemers worden in twee groepen ingedeeld. Een eerste groep verlaat de ruimte en de begeleider vertelt hun de situatie waar zij mee zitten en dat zij zo een gesprek gaan hebben met hun collega/baas. De andere groep weet dat ze zo iemand op gesprek krijgen maar weten niet over wat het zal gaan en dat ze moeten proberen hun luistertechniek te integreren.
Vaardigheid: omgaan met dominante mensen
Fase 1: concreet ervaren
Start het onderdeel met de situatie die de deelnemers lastig vinden. Boots een vergadering na met twee dominante collega’s waarin de deelnemers iets voor elkaar moeten krijgen. Werk in drietallen en laat elke deelnemer drie minuten lang ervaren wat zijn eerste reactie is en hoe effectief de is.
Fase 2. Reflectie/observatie
Bespreek plenair na: wat was je stijl en wat was het effect? Wat werkt dus niet, en wat werkt dus wel?
Fase 3: Theorie
Hieruit komen al een paar conflictstijlen naar voren. Met je uitleg van de theorie vervolledig je alles: wat zijn de vijf stijlen en hoe voorkom je dat je gaat doordrukken of dat je je aanpast?
Fase 4. Actief experimenteren
Hierna laat je de deelnemers eerst twee korte oefeningen doen: ‘pak hetzelfde niveau van dominantie’ om niet te gaan terugtrekken en ‘luister en geef aandacht’ om niet te gaan doordrukken. Tot slot laat je de deelnemers oefenen met eigen praktijkcases die gericht zijn op het omgaan met dominante mensen.
Vaardigheid: verschil verbindend communiceren en gewelddadig communiceren
Fase 3: Theorieën
De begeleider legt allerlei kenmerken van verbindend communiceren en gewelddadig communiceren samen met praktijkvoorbeelden (zinnen, uitspraken gelinkt aan de context) door elkaar op een tafel en het is aan de deelnemers om er verbanden en verschillen tussen te zoeken. Eens de puzzel wat meer vorm heeft legt de begeleider het verschil verder uit en de grootste kenmerken en gevolgen van beide communicatievormen.
Fase 4: Actief experimenteren
Aan de hand van de grootste kenmerken en verschillen krijgen de deelnemers de opdracht zelf te oefenen op deze communicatievormen te herkennen in verscheidene voorbeeldsituaties (geschreven of in videofragment).
Fase 1: Concreet ervaren
De deelnemers krijgen een situatie uit hun eigen realiteit en doen een praktijksimulatie aan de hand van de werkvorm ‘souffleren’.
Fase 2: Reflectie / observatie
Hoe ging dat? Welke communicatievorm herkende je bij jezelf? Gebruik je gewoonlijk de andere? Hoe denk je dat je gesprekspartner het heeft ervaren?
