Didactisch model: ontwerpen met leerfasen van KOLB
Inhoud gekozen? onderdelen geselecteerd die ertoe doen?
- Wat komt het vaakst voor?
- Wat komt niet vaak voor en heeft toch een groot negatief effect?
Checklisten gemaakt?
Nu ga je een onderdeel vorm geven.

Daarvoor heb je een didactisch model nodig. Didactische modellen bieden structuur in de theorie (kapstokken, modellen, tips,…) , toetsen, oefeningen,… die je wilt aanbieden. Het is niet alleen een instrument om variatie te krijgen, maar ook om de verschillende deelnemers aan te spreken, te motiveren en hun aandacht te behouden. Je gebruikt het om een onderdeel van de LOT te ontwerpen én als structuur voor de modules van een LOL.
Een zinvol didactisch model is de leercirkel van duurzaam leren van David Kolb. Wablieft? Kolb? Dat is toch helemaal achterhaald? ja en neen.
Laten we even heel erg duidelijk zijn:
- STOP met te werken met de leerstijlen van Kolb!
- START met werken met de leerfasen van Kolb.
De leerfasen zorgen er sterk voor dat theorie en praktijk met elkaar verbonden worden.
Een goed uitgewerkt leerproces – één waarbinnen alle vier de fasen van de leercyclus (liefst meermaals) worden doorlopen – levert een uiteindelijk een beter leerresultaat op.
De leerfasen geeft aan hoe je een module binnen een training vorm geeft, welke vier stappen je kunt onderscheiden in een leerproces van elk individu en welke variaties qua werkvormen daarin mogelijk zijn.

Kolb gaat sterk uit van ervaringsleren. Hijstelt dat je 2 leeractiviteiten kunt onderscheiden als mensen iets nieuws leren:
- Nieuwe kennis opnemen door concrete ervaringen op te doen of door concepten, theorieën te ontdekken. Wanneer de informatie verkend is, moet die verwerkt worden.
- Die verwerking gebeurt ofwel door actief te experimenteren of door erover na te denken om het effectief te verwerken.
Het is geen of/of verhaal. Elk individu heeft het nodig om actief aan de slag te gaan met opgedane kennis, linken te leggen naar de eigen praktijk en erover te reflecteren. Om het leerresultaat te verhogen willen we dus een hele cyclus doorlopen. Deze ziet er samenvattend als volgt uit:

Concreet ervaren: deelnemers in een ervaring laten stappen. Ze voelen en ervaren, ze proberen en vallen.

Reflectie/observatie: deelnemers laten reflecteren over de opgedane ervaringen zodat nieuwe inzichten kunnen ontstaan.

Verkennen van theorie: deelnemers nieuwe inzichten, invalshoeken, theoretische kapstokken, modellen aanreiken en koppelen aan ervaringen en reflecties om deze te verrijken.

Om ervoor te zorgen dat deelnemers dingen gaan weten over het nieuwe gedrag, nieuwe vaardigheden, moeten ze natuurlijk uitleg krijgen. Theorie geef je dus aan de hand van een model (=inzicht verwerven) en dat model vertaal je weer naar een checklist (=hoe en waarom het werkt).
- Maak deelnemers bekend met model
- Illustreer met voorbeelden
- Zeg duidelijk wat er gebeurt en wat het effect is
- Varieer: Zet verschillende werkvormen in
- Co-creatie: Laat deelnemers zelf theorie samenstellen
- Deel theorie op in kleine hapbare stukken
Theorie introduceren doe je aan de hand van 3 vragen:

Hoe gaat we dat doen? Welk model geeft inzichten? Welk model/theorie is een antwoord op die lastige situaties?
Wat moet ik nu precies doen/zeggen? Maak een goede checklist!
Actief experimenteren: deelnemers actief aan de slag laten gaan met de inzichten, invalshoeken en theoretische kapstokken.

Laat deelnemers stap voor stap oefenen zowel F2F als op afstand. Hierdoor zorg je voor:
- Herhaling
- Focus
- Variatie
Het inoefenen van een deelvaardigheid gebeurt in eerste instantie aan de hand van een checklist. Tussenoefeningen zijn enerzijds nodig om deelnemers te laten ‘kauwen’ op die theorie in de checklist en op een veilige, andere manier te oefenen met vaardigheden anderzijds.
Bij elke tussenoefening bestaat er een duidelijke link naar de praktijk. Ook hier krijgen deelnemers persoonlijke feedback, zijn ze bezig met hun praktijk en streven we naar een hoge mate van interactiviteit.
Geef dus korte oefeningen waarin je:
- Delen van de nieuwe kennis toepast op simpele casussen uit de praktijk
- Varieert in de werkvormen per korte oefening
