Nulmeting

Tot niveau 3 volstaat het om de doelstellingen te meten en te kijken na de opleiding in hoeverre de doelstellingen bereikt zijn. Als je het EFFECT van een opleiding in de praktijk wil evalueren (niveau 4 of 5) heb je niet alleen data nodig na de opleiding, maar ook iets om die data mee te vergelijken. Het is dan belangrijk om een nulmeting in te plannen. Een nulmeting meet de data van je doelstellingen voordat de opleiding begint. Door de metingen na het traject met de metingen voor het traject te vergelijken kan je een schatting maken van het effect.

Een alternatief voor de vergelijking met de nulpuntmeting is een trendanalyse. Hier heb je niet 1 meting voor de training, maar verschillende datametingen met vaste tijdintervallen. Dit geeft een accurater beeld over het effect als er bv. sowieso al een stijgende of dalende trend was in de data.
Een voorbeeld hiervan (los van de opleidingscontext) is bv het effect van de covid-19 periode op het bewegingsgedrag van mensen. Hier is de data van januari (voor covid19) niet rechtstreeks te vergelijken met de data van mei (tijdens covid19), want in de zomer sporten mensen sowieso meer buiten. Je kan wel het effect zien als je kijkt naar de trends.
De meeste trends die door de organisatie worden gemeten liggen vaak echter verder af van het doel van de opleiding, waardoor je rekening moet houden met andere factoren die meespelen in de veranderingen.
