Het vertalen van dit model naar een concrete checklist/stappenplan
Voorbeelden van werkvormen die tijdens deze fase (ook digitaal) kunnen inzetten:
Puzzelopdrachten: Deelnemers puzzelen stukken van de theorie zelf ineen. Dit stimuleert enerzijds hun eigen denkproces en bevordert anderzijds de groepsdiscussie.
Mindmap: voor het activeren van (voor)kennis.
Kritische vragen: Deelnemers bedenken kritische vragen over, van, voor de gepresenteerde theorie. Dit doen ze door de opmerking ‘Ja, dat is interessant MAAR …’ te vervolledigen.
Quiz: deelnemers bedenken 1 of 2 vragen over de theorie. Zij schrijven dit op een post-it en doen dit allemaal in een kom. De begeleider stelt de vragen. Als niemand een antwoord kan vinden op de vraag van de vraagsteller, dan wint deze persoon 2 punten. Als iemand kan antwoorden, wint deze persoon 1 punt. Om het tot het einde spannend te houden, worden aan de voorlaatste en laatste vraag nog extra veel punten toegekend. Op die manier blijft de spanning en aandacht voldoende hoog. Dit kan ook digitaal georganiseerd worden aan de hand van Kahoot of andere digitale tools.
Poll-vragen: Pollvragen lever je aan met multiple choice antwoorden waar telkens één antwoord mogelijk is. Je stelt de vragen zo op dat er duidelijke antwoorden zijn, die voldoende snel te beantwoorden zijn.
Van tekst naar schema: op basis van een artikel maken deelnemers een schema van het artikel.
Actief experimenteren
Wat doen we in deze fase? Deelnemers de gelegenheid geven om actief te oefenen met een onderdeel of deelvaardigheid uit de theoretische kapstok
Voorbeelden van werkvormen die tijdens deze fase (ook digitaal) kunnen inzetten:
Casuïstiek: deelnemers lossen samen en/of individueel een casus op
Goed/fout: kruisjes zetten bij de goede en foute antwoorden
Elementen herkennen: Welke uitspraak of welk voorbeeld past bij welk deel van de checklist? Verbind met elkaar.
Werken met videofragmenten waar theorie op wordt toegepast door antwoorden uit te schrijven, te herkennen in het videofragment, te verbeteren enzovoort.
Mural Jeopardy: online game/ quiz met punten om kennis te testen
Wheeldecide: een variant van rad van fortuin met vragen die gaan over de inhoud van je training. Zowel om theorie uit te leggen als oefeningen te doen.
Posterparade: bevindingen, antwoorden, oefeningen worden via een poster gepresenteerd, waarbij toelichting wordt gegeven.
One-minute paper: deelnemers schrijven in één minuut de essentie van een thema/vraag/…op, aan de hand van vragen.
Aftikken en tip geven of overnemen: Deelnemer A start. Als A vast zit, mag B aftikken en een tip geven of zelfs overnemen. Als B vastzit mag C helpen enzovoort.
‘Wereldcafé’: een roteeroefening waarbij deelnemers een opdracht uitvoeren binnen een duidelijk aangegeven tijd. Na X-aantal minuten schuiven ze door naar de volgende tafel. Deelnemers schuiven zo vaak door dat ze elke deelvaardigheid hebben geoefend
Concreet ervaren
Wat doen we in deze fase? Deelnemers in een ervaring laten stappen die ze als lastig of moeilijk ervaren en gelinkt is aan hun praktijk
Voorbeelden van werkwormen die tijdens deze fase (ook digitaal) kunnen inzetten:
Stel je voor dat…: de trainer vertelt een situatie die lastig is en eindigt met de vraag: wat doe jij? Belangrijk is dat je deelnemers meeneemt in de situatie door te praten in tegenwoordige tijd, je de groep direct aanspreekt en het concreet maakt (wat zou je doen?)
Sketchje, toneelstukje opvoeren: deelnemers maken een toneelstukje waarin ze de essentie verwoorden
Praktijksimulaties (rollenspelen): deelnemers gaan met elkaar een real life werksituatie uitvoeren. Deelnemers werken daarvoor vaak in drietallen of viertallen. A oefent, B is tegenspeler en C (en D indien nodig) is observator die alles noteert wat A zegt en doet. Achteraf hoort A wat hij al goed heeft gedaan en kiest één element waarop hij wil herkansen. C helpt A om dat element toe te passen en bekijkt na afloop wat beter ging en welk effect dat had. Als A een succes heeft ervaren, wisselen de rollen totdat iedereen elke rol heeft ingenomen. Ook online kan je deze praktijksimulaties doen door rekening te houden met bepaalde elementen:
De begeleider kan 1 simulatie begeleiden voor de hele groep alvorens in subgroepen (in breakoutrooms).
Deelnemers mogen eerst individueel hun casus voorbereiden.
Je kan ook vragen of de observator zijn camera afzet om zo een situatie, gesprek,… levensechter te laten aanvoelen.
Doe het verkeerd: deelnemers krijgen de opdracht het helemaal verkeerd te doen. Deze oefening mondt vanzelf uit in hoe het wel moet. De ‘verkeerd-aanpakken’ blijken vaak zo verkeerd niet.
Dilemma-oefening: deelnemers bereiden individueel een opdracht voor waarin ze zelf keuzes moeten maken (bv. volgorde bepalen,..) en gaan in discussie met elkaar. Het doel is een unanieme groepsbeslissing te nemen.
Online lootjes : voor complimenten of het geven van feedback achteraf
Persconferentie: presentatie van een oefening, paper,… waarbij andere deelnemers kritische vragen stellen
Rampenplan: op basis van een probleem stellen deelnemers rampenplannen voor een bepaald scenario op.
Prioriteitenspel: deelnemers beoordelen elkaars project(aanvragen), oefeningen,… en geven aan welke zij zouden honoreren.
Observatie & Reflectie
Wat doen we in deze fase? Deelnemers laten reflecteren over opgedane ervaringen of observaties laten formuleren.
Voorbeelden van werkvormen die tijdens deze fase (ook digitaal) kunnen inzetten:
Een videofragment tonen met een concrete kijkinstructie
Discussie via de (Virtual) fishbowl techniek waarbij telkens een aantal deelnemers aan het woord zijn.
Brainstorm: aan de hand van richtvragen bedenken mensen zoveel mogelijk alternatieven. Veel gaat boven goed: liever veel ideeën, dan één beste idee. Online kan dit via verschillende tools gefaciliteerd worden (google jamboard, Miro, Padlet, Tricider, Mural)
Multiple choice: deelnemers krijgen een situatie voorgelegd met 3 gedragsalternatieven en bespreken wat zij zouden doen en waarom.
Incidentmethode: gestructureerd bespreken van één ervaring/situatie en komen tot tips/conclusies.
Gestructureerde demonstratie: als trainer demonstreer je hoe je de tips toepast in een praktijkvoorbeeld terwijl deelnemers observeren. Een trainer kan dit online organiseren door op voorhand een video op te nemen
Post-it mozaïek: je bereidt op voorhand enkele stellingen over een bepaald thema voor of één stelling om een thema in te leiden. Je presenteert de stelling en deelnemers geven aan of ze al dan niet akkoord gaan en waarom (dat kan op een visuele manier, via post-its, stemmen via de chat,…)